Zuurstoftoediening

Hieronder wordt de zuurstoftoediening beschreven aan laryngectomiepatiënten met een permanent halsstoma. Bij een gelaryngectomeerde is het strottenhoofd verwijderd, het halsstoma is de enige ademweg!

 

Zuurstoftoediening bij tracheotomiepatiënten is enigszins vergelijkbaar, maar hier is in veel gevallen sprake van een niet-permanente halsstoma. 

Bij een tracheotomie heeft de patiënt een canule. De binnencanule mag verwijderd worden; de buitencanule niet.

Een gelaryngectomeerde ademt uitsluitend via een opening in de hals, het stoma. Zuurstoftoediening via de neus en /of de mond is zinloos.

Een gelaryngectomeerde draagt vaak een pleister, tube  of button met een beschermings filter.

  

Er zijn verschillende typen filters, die ook wel HME of kunstneus worden genoemd. 

Voor zuurstoftoediening:

 Verwijder de filter. De pleister, tube of button kan blijven zitten. 

Op de pleister, tube of button kunnen speciale hulpmiddelen worden gebruikt met een aansluiting voor zuurstoftoediening.

Vraag of de gelaryngectomeerde deze hulpmiddelen zelf  bij zich heeft. Mogelijk zijn deze hulpmiddelen ook beschikbaar via de KNO afdeling van het ziekenhuis of te verkrijgen via de patiëntenvereniging.

Wanneer de speciale hulpmiddelen niet beschikbaar zijn, kan ook gebruik gemaakt worden van een standaard zuurstofbrilletje in combinatie met een filter.

Gebruik eventueel een zuurstofmasker van kinderformaat als de gelaryngectomeerde geen pleister, tube of button draagt. Plaats deze over het tracheostoma.

zuurstofmasker

Het grote risico bij zuurstoftoediening via het tracheostoma is het indrogen van slijm in de luchtpijp, waardoor een harde, soms vastzittende, slijmprop kan ontstaan, met vernauwing van de luchtweg en benauwdheid tot gevolg.

Inspecteer zonodig de luchtweg met een lampje of fiberscoop. Het wordt sterk ontraden om langer dan 1 uur zuurstof toe te dienen zonder adequate luchtbevochtiging.

Om het indrogen van slijm te voorkomen moeten de volgende maatregelen worden genomen:

1. Zuurstof toedienen met speciale hulpmiddelen (zie boven).

2. Bevochtigde zuurstof geven.
LET OP: Bij gebruik van een filter de zuurstof niet bevochtigen omdat de filter dan te vochtig wordt en het ademen wordt bemoeilijkt.

3. Regelmatig fysiologisch zout druppelen:

 Vul een 2 ml spuitje met fysiologisch zout
 Indien aanwezig, verwijder het filter
 Spuit druppelsgewijs fysiologisch zout tot een hoestprikkel ontstaat 
 Vang het slijm op met een gaasje (10 x 10 cm) of zuig het uit
 Herhaal dit zonodig
 Plaats daarna het eventuele filter terug

Heeft u nog vragen naar aanleiding van deze informatie dan kunt u contact opnemen met de patiëntenvereniging (030-2321483 info@pvhh.nl) of met de KNO-afdeling van een Hoofd-Hals oncologisch centrum.

U vindt de contactgegevens op de website www.nwhht.nl